Financiële richtlijnen 2021

Algemene financiële richtlijnen

De financiële richtlijnen zijn in regionaal verband voorbereid. De financiële richtlijnen gelden voor alle gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente Halderberge deelneemt.

Voor 2021 gelden de onderstaande algemene financiële richtlijnen:

  1. Van het Dagelijks Bestuur (DB) van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt verwacht dat zij een structureel financieel-sluitende meerjarenbegroting 2021-2024 aanbiedt aan de deelnemers. De gehanteerde begrotingsuitgangspunten door de GR dienen in de begroting 2021 van de GR inzichtelijk te worden gemaakt.
  2. In de begroting 2021 dient een overzicht te worden opgenomen met de meerjarige bijdrage (2021 t/m 2024) per deelnemer.
  3. De begroting dient te worden opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Dat wil zeggen dat geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting mogen worden opgenomen. Tenzij dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.
  4. De begroting dient te voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit betekent dat de voorgeschreven gegevens in de begroting dienen te worden opgenomen. Met name wordt aandacht gevraagd voor:
  • Overzicht van incidentele lasten en baten;
  • Opnemen van (prestatie) indicatoren in de begroting;
  • Verwachte stand begin en eind begrotingsjaar van Eigen en Vreemd vermogen.
  1. Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers. De GR kan hiervan afwijken; hiertoe dient het DB een expliciet en gemotiveerd voorstel tot resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur van de GR.
  2. De loonontwikkeling wordt geraamd conform de geldende CAO van de betreffende GR. Voor de meerjarig ontwikkeling van de salariskosten dient rekening gehouden te worden met de werkelijke periodieken. Meerjarige mutaties in de werkgeverslasten dienen onderbouwd te worden. Voor deze zaken kan niet worden volstaan met een vast percentage per jaar zonder onderbouwing*.
  3. Het prijsindexcijfer van de algemene prijsontwikkeling BBP uit de septembercirculaire 2019 (of een actuelere circulaire) is de basis voor de toe te passen indexering voor de begroting 2021 inclusief meerjarenraming*.
  4. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is aandacht voor de risico’s door deze te kwantificeren, te prioriteren en de beheersingsmaatregelen te benoemen.

* Tenzij door het AB van een gemeenschappelijke regeling besloten is tot een andere wijze van indexering.

Aanvullende financiële richtlijnen

Regio West-Brabant
  1. Bij de uitvoeringsgerichte taak Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA-index. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie
GGD West-Brabant
  1. De begroting dient inzicht te geven in hoe het meerjarenperspectief structureel in evenwicht is door een uitvoerigere verschillenanalyse vanaf de jaarrekening 2019 en verdere jaren op te nemen en het financiële kengetal ‘Structurele exploitatieruimte’ op te nemen.
  2. In de begroting dienen risico’s t.b.v. benodigde weerstandcapaciteit geactualiseerd te worden voor 2021.
  3. De prestatie-indicatoren meerjarig in de begroting op te nemen, zodat een beeld ontstaat van de ontwikkeling / trend en hier op gestuurd kan worden.
  4. Per product/programma aangeven “wat er wordt gedaan” en “wat het gaat kosten”.
Werkvoorzieningschap Westelijk Noord-Brabant
  1. De gevolgen van de besluitvorming over de ketensamenwerking worden verwerkt in de begroting.
  2. Wat betreft gezamenlijke activiteiten met het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal, zorgt WVS-Groep er voor dat hetgeen daarover in haar begroting is opgenomen (zowel financieel als qua terminologie) aansluit bij de begrotingen van het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal. De drie begrotingen zijn de basis voor de ketenbegroting.
Werkplein Hart van West-Brabant
  1. De gevolgen van de besluitvorming over de ketensamenwerking worden verwerkt in de begroting.
  2. Wat betreft gezamenlijke activiteiten met de WVS-Groep en de ISD Brabantse Wal, zorgt Werkplein HvWB er voor dat hetgeen daarover in haar begroting is opgenomen aansluit bij de begrotingen van de WVS-Groep en de ISD Brabantse Wal. De drie begrotingen zijn de basis voor de ketenbegroting.
  3. Het Werkplein HvWB maakt een meerjarige prognose van het aantal bijstandsontvangers die op de eerste plaats is gebaseerd op lokale en regionale ontwikkelingen en ambities en pas op de tweede plaats op landelijke ontwikkelingen of prognoses. Prognoses op basis van aantallen bijstandsontvangers uit de gemeentefondscirculaire passen niet in de uitwerking van deze richtlijn.
  4. Het Werkplein HvWB neemt in de bijlagen van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover. Tevens blijkt hieruit de stand van zaken omtrent de taakstelling van 15% op de formatie / bedrijfsvoering, die bij de vorming van het Werkplein is afgesproken.
  5. Het Werkplein HvWB neemt in de begroting een percentage op voor de overheadkosten en geeft aan in hoeverre deze overeenkomen met die van vergelijkbare organisaties (benchmark Divosa).
  6. Het Werkplein HvWB verschaft in de diverse P&C-documenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren.