Naast een sluitende meerjarenraming is ook het weerstandsvermogen een indicator voor de financiële positie van een gemeente. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een indicator van de weerstandscapaciteit ten opzichte van de risico’s.

De Rekenkamer West-Brabant (hierna: rekenkamer) heeft in 2014 een onderzoek uitgevoerd naar de opzet en werking van het risicomanagementsysteem van de gemeente Halderberge. De aanbevelingen van de rekenkamer zijn uitgewerkt in een plan van aanpak risicomanagement, dat begin 2015 door het college is vastgesteld.

Gehanteerde uitgangspunten berekening benodigde weerstandscapaciteit

In de voorbereiding op de Begroting 2020 heeft er naast een inventarisatie van nieuwe risico’s ook een herijking van de bestaande risico’s plaats gevonden. De geïnventariseerde risico’s zijn vervolgens opgenomen in NARIS en opnieuw berekend. Daarbij is een onderscheid gemaakt in structurele risico’s en incidentele risico’s.

Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit zijn de volgende uitgangpunten gehanteerd.

  1. Opgenomen zijn risico’s die - op relatief eenvoudige wijze - financieel zijn te vertalen.
  2. Elke risico wordt berekend aan de hand van de volgende parameters:
    • kans van optreden (bandbreedte 10% - 90%);
    • minimaal financieel gevolg, verwacht financieel gevolg en maximaal financieel gevolg als het risico zich voordoet.
  3. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is ermee rekening gehouden dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen: de benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 95% van het totaal aan berekende risicobedragen.
  4. De gemeente krijgt voor structurele risico’s vier jaar de tijd om de financiële gevolgen van deze risico’s - fasegewijs - in de begroting/meerjarenraming op te nemen; dit uitgangpunt vertaalt zich in een vermenigvuldigingsfactor van 2,5 voor structurele risico’s (jaar 1: 100%, jaar 2: 75%, jaar 3: 50%, jaar 4: 25%; totaal 250%).